Vlaggensysteem

1 december 2015

Beschrijving

Het Vlaggensysteem stimuleert gezond seksueel gedrag en draagt bij aan het voorkómen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder kinderen en jongeren. Het biedt professionele opvoeders handvatten om seksueel gedrag adequaat te beoordelen, het bespreekbaar te maken en om gepast te reageren.

Doel

Het Vlaggensysteem stimuleert gezond seksueel gedrag en draagt bij aan het voorkómen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder kinderen en jongeren.

Doelgroep

De uiteindelijke doelgroep van het Vlaggensysteem bestaat uit kinderen en jongeren van nul tot achttien jaar. Daarnaast is er een intermediaire doelgroep van professionele opvoeders.

Aanpak

De kern van het Vlaggensysteem is: (1) het adequaat beoordelen van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag, (2) het bespreekbaar maken van dat gedrag met andere professionele opvoeders en met de kinderen en jongeren zelf en (3) het geven van een adequate pedagogische reactie. Voor het adequaat beoordelen van seksueel gedrag wordt gebruik gemaakt van zes criteria en een normatieve lijst. De zes criteria zijn: wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, leeftijds- en ontwikkelingsadequaat, contextadequaat/passend bij de situatie en zelfrespect. De normatieve lijst is een tabel waarin voorbeelden van seksuele activiteiten en gedragingen per leeftijdscategorie (nul tot achttien jaar) staan beschreven. Deze wordt geraadpleegd bij het criterium ‘leeftijds- of ontwikkelingsadequaat’. Op basis van de zes criteria wordt bepaald of het gedrag aanvaardbaar is (groene vlag), licht seksueel grensoverschrijdend (gele vlag), ernstig seksueel grensoverschrijdend (rode vlag) of zwaar seksueel grensoverschrijdend (zwarte vlag). Het handboek bevat een checklist met richtlijnen om situaties te beoordelen. Voor organisatie die gaan werken met het Vlaggensysteem, is er een implementatieplan bestaande uit vier stappen. Randvoorwaarde is dat de instelling kwaliteitsbeleid heeft dat wordt nageleefd (stap 1). Minstens twee medewerkers van de organisatie volgen de basistraining en de train-de-trainer Vlaggensysteem (stap 2) alvorens zij het Vlaggensysteem in de organisatie gaan implementeren (stap 3) en daadwerkelijk gaan werken met het Vlaggensysteem (stap 4). Voor het bespreekbaar maken van seksueel gedrag tussen professionele opvoeders onderling zijn zeven werkvormen ontwikkeld, bijvoorbeeld een werkvorm om binnen een team eigen weerstanden in kaart te brengen tegen het werken met het Vlaggensysteem. Ook zijn er zes werkvormen voor het bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag met jongeren. In de werkvormen worden tekeningen gebruikt met voorbeelden/situaties van seksueel gedrag waarbij kinderen en jongeren betrokken zijn. Professionele opvoeders kunnen met behulp van de tekeningen oefenen met het beoordelen van een situatie én met jongeren in gesprek gaan over de afgebeelde situaties en de criteria die daarop van toepassing zijn. Het handboek bevat een overzicht en handvatten per vlag om een pedagogische reactie te geven op seksueel gedrag. Binnen het team kan met de eerdergenoemde werkvormen voor professionele opvoeders geoefend worden met het geven van een juiste reactie.

Onderzoek

Er zijn drie onderzoeken naar de praktijkervaringen gedaan: onder jongeren in de residentiële jeugdzorg (Storms, 2015), onder professionals (Van Hevele, Dewaele & Buijsse, 2013) en onder jongeren en professionals in de residentiële jeugdzorg (Storms & Janssens, 2015). Het stuurwiel, de vlaggen, de tekeningen en de werkvormen zijn overwegend duidelijk voor jongeren, al is een criterium als ‘context’ voor een deel van de jongeren lastig te begrijpen. De werkvormen voor jongeren kunnen meer op hen worden afgestemd (korter, dynamischer) (Storms, 2015; Storms & Janssens, 2015). Onder professionals wordt het Vlaggensysteem gewaardeerd (Storms 2015; Storms & Janssens, 2015; Van Hevele et al., 2013). In vergelijking met niet-gebruikers van het Vlaggensysteem begrijpen gebruikers van de interventie de criteria beter en kunnen ze beter aangeven of gedrag bij de ontwikkeling hoort, maar ze scoren niet verschillend op het beoordelen van de (gegeven) criteria in situaties en het toekennen van de vlag. Wel gaan gebruikers vaker in gesprek met alle betrokkenen dan niet-gebruikers (Van Hevele et al., 2013). Het Vlaggensysteem wordt vaak als een manier van denken gebruikt, maar nog beperkt ingezet in gesprekken met collega’s en de kinderen en jongeren zelf. Tegelijkertijd zijn veel residentiële jeugdzorginstellingen op dit moment actief om het Vlaggensysteem verder in de organisatie te borgen, onder andere door deelname aan het project waarin het Vlaggensysteem wordt doorontwikkeld voor de residentiële jeugdzorg (Storms 2015; Storms & Janssens, 2015).

Erkenning

Goed onderbouwd

Meer informatie

Kijk voor de uitgebreide beschrijving in de Databank Effectieve Interventies van het NJi.

Contact

Movisie: Wendela Wentzel (w.wentzel@movisie.nl, 030 7892094) of Kristin Janssens (k.janssens@movisie.nl, 030 789 2229)

Deel dit met je netwerk