Wat is wiegendood

Men spreekt van wiegendood als een baby onverwacht overlijdt zonder dat daar ogenschijnlijk een oorzaak voor is. Als ook na volledig postmortaal onderzoek geen verklaring wordt gevonden, noemt men dat wiegendood/SIDS (sudden infant death syndrome). Als wiegendood zich voordoet, is het vrijwel altijd in het eerste levensjaar, maar het komt soms ook in het tweede jaar voor.

Statistieken

Van belang bij het op waarde schatten van de wiegendoodincidentie zijn de registraties in de aangrenzende categorieën. Dat zijn er vijf: acute luchtweginfecties, longontsteking, algemene symptomen, diagnose onbekend of vaag en stikken door voedsel. In haast alle jaren dat werd geregistreerd, bewoog het totaalcijfer van deze categorieën plus wiegendood/SIDS zich nagenoeg parallel omlaag. Parallel omlaag bewegen betekent dat er geen verschuiving plaats heeft gevonden, maar dat er werkelijk vooruitgang wordt geboekt bij het terugdringen van het aantal sterfgevallen.

De onderstaande, op statistieken gebaseerde grafiek laat het gunstige effect zien.

Grafiek Postperinatale sterfte aan wiegendood en aangrenzende categorieën in Nederland in de periode 1980 - 2013 in aantallen gevallen (registratie Centraal Bureau voor de Statistiek)

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) registreert alle gevallen tussen 7 dagen en 1 jaar. Wiegendood in het tweede levensjaar wordt niet door het CBS geregistreerd; onderzoekers schatten dat zich jaarlijks tussen 1 en 5 gevallen voordoen. In 1979 werd SIDS/wiegendood ingevoerd als officiële doodsoorzaak. In 1984 werden in ons land in deze categorie 212 gevallen < 1 jaar geregistreerd. 

Nu zijn we vele jaren verder en zijn de meest recente wiegendoodcijfers verheugend laag. In 2013 werden 10 baby's (tussen een week en een jaar oud) geregistreerd in de doodsoorzakencategorie SIDS/wiegendood. In 2012 waren het er 13. In 2011 15, in 2010 17, in 2009 19 en in 2008 18.

De totale zuigelingensterfte (onder levendgeborenen tot 1 jaar) in Nederland kwam in 2013 uit op 3,8. In 2012 op 3,7 promille, in 2011 op 3,6 en in 2010 op 3,8. In 2000 was het promillage nog 5,1.

De lage incidentie in Nederland geldt internationaal als voorbeeldig. Deskundigen schrijven het bereiken ervan vrijwel volledig toe aan de vroegtijdige en eensgezinde inzet op preventie, die in ons land met zijn fijnmazige stelsel van zuigelingenzorg breed kan doordringen tot de doelgroepen: (aanstaande) ouders en alle andere verzorgers van baby's. Weliswaar tast men over de werkelijke oorzaken van het overlijden deels nog in het duister, in de loop der jaren zijn in verzorging en omstandigheden een aantal risicofactoren ontdekt waarvan de meeste zich met succes laten beperken. Niemand kan elk risico uitsluiten, maar door preventie kan men het wel heel drastisch verlagen.

Lees verder over de risicofactoren

Deel dit met je netwerk