Huilbaby

Elke baby huilt. Maar er zijn baby’s die het erg bont maken, huilbaby’s. Professionals spreken liever van 'excessief huilende' baby's. Van alle in Nederland geboren baby’s voldoet 2 tot 2,5 procent aan de gangbare definitie van een huilbaby: minimaal 3 uur per dag gedurende ten minste 3 dagen per week doordringend jengelen of ontroostbaar huilen.

Is daar wat aan de hand? Meestal niet, bij 90 procent is geen oorzaak te vinden. Is er wat aan te doen? Gelukkig wel. Mits de ouders weten hoe zij rust en regelmaat kunnen scheppen.

Huilbaby's stellen zowel ouders als artsen voor problemen. Artsen kunnen lang niet altijd een te behandelen oorzaak vinden zoals voedselallergie of een lichamelijk euvel. Als zo'n oorzaak niet is aan te wijzen en te behandelen, kan het aanhoudend huilen ouders tot wanhoop drijven en bij hen gedrag uitlokken dat huilen eerder bevordert dan vermindert. Of erger: in sommige situaties leidt de oplopende stress over het huilen tot kindermishandeling.

Definitie

Een baby hoeft niet per se te voldoen aan de definitie van overmatig huilen om de ouders het gevoel te geven dat zij er niet tegen zijn opgewassen. Ouders kunnen eenvoudig vinden dat hun kind extreem veel huilt. Helaas reageren zij, zonder dat te beseffen, vaak op een wijze die het huilen eerder doet toe- dan afnemen. Gevolg: baby en ouders raken oververmoeid. Deze vicieuze cirkel is niet vanzelf te doorbreken en er ontstaat toenemend risico voor gevaarlijke situaties of ontsporend gedrag.

Sommige ouders wachten (te) lang met het raadplegen van het consultatiebureau of een (kinder)arts. Een effectieve aanpak, zo hebben onderzoek en praktijk aangetoond, kan ouders en baby veel problemen besparen. Onder meer kan worden voorkomen dat ouders hun kind vanwege het huilen in strijd met de preventieadviezen op de buik te slapen leggen. Als categorie lopen huilbaby's daardoor een aanwijsbaar verhoogd wiegendoodrisico.

Huilbaby's bij wie geen aanwijsbare lichamelijke oorzaak valt te ontdekken, zijn het meest gebaat bij rust, voorspelbare regelmaat en minder prikkels. Inbakeren is ook onderzocht, maar dat leidt niet tot een beter eindresultaat. Het kan wel, mits tijdig (voor de zesde levensweek) en veilig toegepast, sommige ouders helpen het juiste patroon te vinden. Bij de juiste aanpak neemt het huilen verrassend snel af. Al na enkele dagen.

De adviezen inzake huilbaby’s zijn gebaseerd op de richtlijn ‘Preventie, signalering, behandeling en diagnostiek van excessief huilen bij baby’s’, die begin april 2013 van kracht is geworden en die wordt gedragen door alle beroepsgroepen die zorg dragen voor baby’s. Het consultatiebureaus/jeugdgezonheidszorg kan ouders bijstaan met advies en begeleiding, maar als dat nodig is kunnen  ouders ook bij de kinderarts terecht voor advies en begeleiding.

Onderzoek

De richtlijn berust in belangrijke mate op onderzoek, waaronder de studies van bioloog dr. Bregje van Sleuwen. Met medewerking van de ouders analyseerde zij het gedrag van 398 excessief huilende en jengelende zuigelingen. Om het huilen te beteugelen werd de ouders geleerd anders om te gaan met hun kind. Hun werd geen vast tijdschema opgelegd, maar een vaste volgorde aangeraden van activiteiten als wakker worden, voeden, knuffelen en spelen. Ook moesten zij hun baby bij de eerste signalen van vermoeidheid wakker in het eigen bedje leggen en zelf in slaap laten vallen. De helft van de ouders kreeg daar bovenop de opdracht de baby tijdens elke slaap in te bakeren, door middel van stevig omwikkelen met twee doeken.

Na een week huilden beide groepen kinderen in plaats van 2,5 uur nog maar 100 minuten per dag. Een afname van 42 procent. Na de tweede week was het huilen vijftig procent minder en na acht weken 75 procent. Bij jonge baby’s (1-7 weken) nam het huilen significant meer af in de ingebakerde groep. Echter, bij de oudere baby’s (8-13 weken) daalde het huilen sterker bij de regelmaatgroep. De absolute verschillen waren overigens niet groot: de ene groep huilde gemiddeld 10 minuten per dag meer dan de andere.

Voorwaarden voor inbakeren

Aan inbakeren zijn strikte voorwaarden verbonden. Zo mag een baby die niet in goede conditie is, nooit worden ingebakerd. Op verkeerde wijze (te strak, te slap, te dik, met bedekt hoofd) of met ongeschikte middelen inbakeren kan risicovol zijn; verkeerd inbakeren van de benen kan het ontwikkelen van een heupafwijking bevorderen. Strikte leeftijdsgrenzen zijn van belang. Een al wat oudere baby die er ingebakerd of losjes ingepakt in slaagt om te draaien, belandt in een potentieel levensbedreigende situatie! Het actuele advies is om inbakeren uiterlijk vóór de leeftijd van 6 maanden te beëindigen.

De gewoonte om zuigelingen in te bakeren - eeuwenlang in uiteenlopende culturen op verschillende manieren toegepast - is in Nederland opgeleefd met de toestroom van immigranten. In antroposofische kringen wordt het gepropageerd. Gunstige effecten echter zijn tot nog toe niet overtuigend aangetoond; wel zijn enkele risico's onderkend.

De jeugdgezonheidszorg en kraamzorg kunnen ouders die willen inbakeren vooraf goed instrueren over de kritische randvoorwaarden: conditie van de baby, veilige leeftijdsgrenzen, vermijden van warmtestuwing, methodiek en materialen. 

In januari 2009 is bij TNO een wetenschappelijk onderzoek begonnen naar de mogelijkheid om ouders van een overmatig huilende baby met kort durende video-hometraining te helpen in rustiger vaarwater te komen.

Afwijkende idee├źn

Er circuleren in niet-medische kringen en op internet ook opvattingen en adviezen over huilbaby’s die niet door wetenschappelijk onderzoek zijn onderbouwd of daar zelfs mee in strijd zijn. Zo wordt door chiropractors, osteopaten, manuele of craniosacraal therapeuten en anderen uit het zogenaamde alternatieve circuit overmatig huilen toegeschreven aan een problematische bevalling, waar door een zogeheten KISS of KIDD-syndroom zou ontstaan: afwijkingen in de stand van de nekwervels en gewrichten die pijn veroorzaken en ook zouden leiden tot scheefhoofdigheid.

Wetenschappelijk onderzoek echter heeft het bestaan van dergelijke syndromen en het verband met excessief huilen of scheefhoofdigheid niet kunnen aantonen. Evenmin de noodzaak tot wervelmanipulatie bij zuigelingen, die omstreden is en niet zonder risico.

In enkele gevallen heeft manipulatie van de wervelkolom, waarbij de baby wordt gebogen, geleid tot de dood of ernstig blijvend letsel. Ter zake kundige artsen waarschuwen ouders nadrukkelijk voor zulke behandelingen, die volgens sommigen neerkomen op kindermishandeling.

Uit niet-medische hoek worden op internet ook opvattingen naar voren gebracht die vooral berusten op emotie en goede bedoelingen. Veel beweringen en de daaraan opgehangen remedies kunnen worden weerlegd met conclusies uit zorgvuldig en controleerbaar onderzoek.

Deel dit met je netwerk