Nieuwsbericht

Contactpersoon:
Mark Weghorst adviseur
Telefoon: 06 - 25 39 01 13
E-mail: mweghorst@ncj.nl

Vertrouwen in vakmanschap cruciaal voor slagen passend onderwijs

maandag 23 september 2019

We moeten meer vertrouwen hebben in het vakmanschap van leraren, we hebben innovatieve schoolleiders nodig die voor hun visie staan en we moeten beter kijken naar wat kinderen nodig hebben. Op de Werkplaats gezond verstand, georganiseerd door het NCJ op 10 september jl. in Den Haag, borrelen tal van ideeën op om een succes te maken van passend onderwijs.

Aanleiding voor de Werkplaats gezond verstand is het rapport van de Algemene Onderwijsbond (Aob) over de effecten van de Wet passend onderwijs, die vijf jaar geleden werd ingevoerd. Dit rapport laat zich lezen als een hulproep van leraren. Leraren beschouwen passend onderwijs over het algemeen als mislukt: kinderen worden niet beter geholpen met leren. Volgens leerkrachten krijgt één op de vijf leerlingen extra ondersteuning, terwijl één op de drie extra ondersteuning nodig heeft. De oplossingen die leraren zelf aandragen om passend onderwijs te doen slagen zijn: kleinere klassen, meer handen in de klas en een maximum aantal zorgleerlingen per klas. Maar kloppen de ervaringscijfers van leerkrachten met de werkelijkheid? Zijn er ook andere oplossingen denkbaar om beter onderwijs voor alle kinderen te realiseren? 

Verschillende sectoren
De ruim twintig deelnemers aan de Werkplaats gezond verstand die zich over deze vraag buigen, komen uit verschillende sectoren. Er zijn mensen van de Aob, het NCJ, Jeugdgezondheidszorg, het ministerie van OCW, de VNG, de vereniging van leerplichtambtenaren Ingrado en LECSO (Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs) en organisaties die zich bezighouden met belangen van kinderen en/of gezondheid, zoals kinderrechten.nu, Samen sterk zonder stigma en Alles is gezondheid. 

Poreuze randen
Soms is er maar weinig nodig om een kind te helpen, vertelt een moeder. ‘Mijn zoon had moeite zich te concentreren. Het enige wat er nodig was, was een koptelefoon.’ Die kleine aanpassingen moeten er zonder gedoe kunnen komen. René Peeters (bestuurlijk aanjager Samenwerking Onderwijs, Jeugdhulp en Zorg en auteur van het advies ‘Mét andere ogen’), zegt: ‘We moeten de budgetten ‘poreuze randen’ geven. Het ministerie stelt geld beschikbaar aan samenwerkingsverbanden, aan gemeenten, maar op het niveau van de school moeten besluiten kunnen worden genomen om meteen een oplossing te vinden, zonder dat er drie maanden over moet worden gesteggeld wie het gaat betalen.’ 

Aandachtig nietsdoen
Maar er is ook een andere visie op kinderen, gezondheid en leren nodig. Bert Wienen (psycholoog en gepromoveerd op de invloed van medisch/psychologisch denken in het onderwijs) zegt: ‘Met passend onderwijs is kennis van het speciaal onderwijs naar het regulier onderwijs gebracht. Dat is een mooie beweging. Maar we zien ook dat we als maatschappij steeds meer prestatiegericht zijn. Een medisch label is dan een goed excuus als het niet goed gaat. Leraren vinden dat ze alle kinderen optimaal moeten kunnen helpen, en als het niet goed gaat, durven ze er niet over te praten. Leraren zouden een soort handgeld moeten krijgen om ondersteuning zelf te regelen, zonder indicaties en gedoe.’ Wienen pleit ook voor ‘aandachtig nietsdoen’. ‘Niet meteen van alles uit de kast trekken. Aandachtig nietsdoen is een belangrijk deel van de pedagogiek. Luisteren, kijken.’ 

Ouders ontzorgen
‘Aan de andere kant heeft diagnosticeren ons opgeleverd dat we kinderen gerichter kunnen helpen’, zegt Yvonne Vanneste (jeugdarts en adviseur bij NCJ), ‘maar het heeft neveneffecten die we niet hebben voorzien. Ouders zijn ongerust, vragen zich af wat er aan de hand is. Dan moet je ze gerust kunnen stellen, ze ontzorgen.’  De balans tussen snel kunnen handelen als het nodig is en aandachtig afwachten als dat kan vraagt om bezinning op de huidige ontstane praktijk. Die zoektocht is ook in het onderwijs merkbaar. 

Vakmanschap
Onder de deelnemers is ook Johan van den Beucken (meerschools directeur van o.a. Nieuweschool in Panningen). Zijn school diagnosticeert kinderen principieel niet. ‘Groep 8 bestaat nu uit 30 leerlingen. Allemaal kinderen die misschien wel naar het speciaal basisonderwijs waren verwezen. Ik heb een tof team, het wordt niet extra gefaciliteerd, de teamleden vinden het fijn om met deze groep te werken. Er is weinig verzuim, ook niet onder de kinderen.’ Wat daarvoor nodig is, wil de zaal weten. Van den Beucken: ‘Een directeur die ervoor wil gaan, die de kinderen kent, een visie heeft en het team niet voor de voeten loopt.’ Wat meespeelt, is dat hij de teamleden zelf heeft mogen selecteren. ‘Ik zeg tegen alle leraren: nu is je kans om op de school te werken waar je je vakmanschap kunt laten zien.  Je hoeft niet te blijven zitten op een school waar je het niet naar je zin hebt.’

Beweging
Vertrouwen in het vakmanschap, zowel van leraren als van professionals in en rond een school, zoals jeugdverpleegkundigen en sociaal werkers is nodig om kinderen te ‘normaliseren’. Wienen: ‘Er is steeds meer functionele problematiek, denk aan hoofdpijn. Dat kan te maken hebben met stress op school. Ik ben nu bezig met een traject waarin we kennis ophalen bij kinderartsen, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen om daar een goed antwoord op te vinden.’
Het schoolbestuur en het samenwerkingsverband hoeven niet te worden afgeschaft. Eugenie Stolk van het AOb zegt: ‘We moeten vertrouwen geven aan de vakmensen, maar ook zorgen dat zij omringd worden door mensen die de organisatie goed regelen en ondersteunen.’ 

Professionals moeten elkaar wat gunnen en elkaar wat toespelen. Ook krachtig leiderschap is een belangrijke succesfactor voor geslaagd passend onderwijs, en een andere manier van opleiden kan ook helpen. Carry Roozemond (voorzitter Ingrado), nodigt Wim Ludeke (voorzitter LECSO), uit om samen een lerarenopleiding op de werkvloer te ontwikkelen. ‘Het veld is in beweging. We kunnen veel meer ruimte nemen dan we doen. Ik daag de koepelorganisaties uit zich daar nu eens niet mee te bemoeien. En ook moeten we  elkaar de positieve verhalen vertellen. Op veel scholen lukt passend onderwijs wel. De besturen waar het niet lukt, kunnen ook zelf op zoek gaan naar een innovatieve leider.’

Systeem
Binnen het systeem zoals we dat nu kennen, gebeuren ook mooie dingen, zo constateren veel deelnemers aan de Werkplaats. Het systeem veranderen gaat niet gebeuren, maar mensen kunnen zelf veel doen. Anne-Fleur Dijkstra (Alles is gezondheid): ‘We zijn ons eigen instrument. Mensen moeten zich bewust zijn van wie en wat zij zijn in deze situatie. Hou je je vast aan je hokje, of verbind je je vakmanschap aan het hogere doel? De gedachte ‘getting it right for every child’ geldt ook voor leraren: ‘getting it right voor every  teacher’. Dat betekent dat leraren ook eens iets mogen uitproberen en mogen toegeven dat zij het ook niet altijd weten.’ 

Jelle Rauwerdink (ministerie van OCW) geeft aan: ‘De richtlijnen van het ministerie, zijn bedacht met een goede reden: om ruimte te geven aan het veld. Ik wil zoeken hoe we het idee dat er teveel regels zijn kunnen doorbreken.’ 

De meeste mensen deugen
De meeste mensen die werken in het onderwijs, deugen, zo is de algemene conclusie. Dat is een geruststellende gedachte. Gespreksleider Mark Weghorst (adviseur NCJ) sluit af met het aanbieden van het boek ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman aan een aantal deelnemers. Het geldt als een  ‘doorgeefboek’. De bedoeling is dat de ontvangers het na lezing doorgeven aan anderen en op die manier de gedachte helpen verspreiden dat de meeste mensen, zowel binnen als buiten het onderwijs, deugen.

De Werkplaats gezond verstand van het NCJ
De Werkplaats gezond verstand is een initiatief van het NCJ. Als er nieuws is waar de jeugdgezondheid mee gemoeid is roepen we een werkplaats bij elkaar. In de werkplaats gaat het niet om zoeken, maar om vinden. Meekijken in andermans vakmanschap op een respectvolle open manier. De samenstelling wisselt: afhankelijk van het onderwerp en het tijdstip. Iedere werkplaats proberen we ook een vervolg te geven. Een vervolg voor de JGZ, maar ook voor de samenwerking die vanuit een werkplaats ontstaat. Eerdere werkplaatsen gezond verstand gingen over de volksgezondheid toekomstverkenning 2018, het preventieakkoord en over jongeren met chronische aandoeningen in het onderwijs. 

(verslag door Susan de Boer)