Nieuwsbericht

Contactpersoon:
Nynke Steenbergen adviseur
Telefoon: 06 - 28 27 00 76
E-mail: nsteenbergen@ncj.nl

Aandacht voor Ouderschap binnen interventies

vrijdag 26 juni 2020

Het JGZ werkveld omarmde in 2017 de pijlers van de JGZ Preventieagenda en onderschreef het belang van het inzetten op de maatschappelijke vraagstukken kindermishandeling, armoede en schoolverzuim. Van alle pijlers is een themadossier beschikbaar waar onder andere de theoretische uitgangspunten van de pijler ingekleurd worden. NCJ-stagiaire Aletta Kroon maakte een aanzet tot het leggen van de verbinding tussen interventies en de pijler ouderschap van de JGZ Preventieagenda.

Ouderschap

Een positieve beleving van het ouderschap is een belangrijke beschermende factor voor de balans in een gezin én voor het veilig en gezond opgroeien van kinderen. Elk kind heeft recht op een ouder die zich gezien en gehoord voelt. Een ouder die zich gezien en gehoord voelt, heeft automatisch meer ruimte om het kind te zien en horen. Investeren in ouderschap betekent tegelijkertijd dan ook investeren in kinderen. Om te kunnen investeren in ouderschap is het allereerst belangrijk om te weten wat ouderschap inhoudt. Het ouderschap kent drie belangrijke componenten: (1) de ouderschapsbeleving, (2) het welzijn van ouders, en (3) het opvoedvertrouwen. Een positieve ouderschapsbeleving, een hoog welbevinden, en het competent voelen als ouder hebben een positieve invloed op een gezonde ontwikkeling van het kind.

Lees meer over ouderschap >

Hoe kan de JGZ investeren in ouderschap?

Kennis van de professionals over ouderschap is hierbij van belang. De ouderschapstheorie van Alice van der Pas biedt, naast de drie belangrijke componenten van ouderschap, handvatten. De ouderschapstheorie bestaat uit drie basisaannames:

  1. Elke ouder heeft een besef van verantwoordelijk zijn.
  2. Het ouderschap maakt kwetsbaar.
  3. Ouders zijn eindverantwoordelijk.

Daarnaast worden in de ouderschapstheorie vier buffers onderscheiden die samen het veerkrachtsysteem van ouders vormen. De vier buffers bestaan uit:

  1. Een solidaire gemeenschap;
  2. Een goede taakverdeling;
  3. Het aannemen van een metapositie;
  4. Goede ouder ervaringen.

Lees meer over de ouderschapstheorie >

Hoe kunnen de handvatten die de ouderschapstheorie biedt terugkomen in interventies om ouderschap te bevorderen?

Op basis van de ouderschapstheorie en de drie belangrijke componenten van ouderschap zijn vijf uitgangspunten opgesteld om te kunnen meten in hoeverre interventies in ouderschap investeren. Als het versterken van ouderschap goed in interventies is ingebed dan:

  • Wordt de kwetsbaarheid van ouders omarmt.
  • Wordt het verantwoordelijkheidsgevoel van ouders omarmt.
  • Wordt de ouder als consultvrager en opdrachtgever gezien.
  • Wordt er ouderbetrokken, oudersensitief en oudergericht te werk gegaan.
  • Wordt het veerkrachtsysteem van ouders versterkt.

Hoe wordt bepaald of de uitgangspunten terug te vinden zijn in een interventie?

Om dit te kunnen bepalen is een matrix met stellingen opgesteld. Bij elk uitgangspunt zijn vier bijbehorende stellingen weergeven. Middels deze matrix kan worden bepaald of de uitgangspunten van ouderschap zeer goed / goed / middelmatig / slecht / zeer slecht met de interventie verbonden zijn.

Er zijn twee versies gemaakt om te meten in hoeverre de uitgangspunten terug te vinden zijn in een interventie. Een versie is ontwikkeld om te meten in hoeverre de aspecten van ouderschap verbonden zijn met de inhoud van de interventie, terwijl de andere versie is ontwikkeld om te kijken in hoeverre de aspecten van ouderschap daadwerkelijk in de interventie worden geïmplementeerd. Het is namelijk mogelijk dat volgens het implementatieplan van de interventie de uitgangspunten van ouderschap goed terug te vinden zijn in de interventie, maar dat dit in de praktijk niet wordt uitgevoerd. De ene versie is dus gericht op de verbinding van de aspecten van ouderschap met de inhoud van de interventie, terwijl de andere versie is gericht op de verbinding van ouderschap met de daadwerkelijke uitvoering van de interventie. Gezamenlijk geven ze zicht op de stand van zaken van de inhoud van de interventie (wat moet er inhoudelijk nog gebeuren aan de interventie) en op de uitvoering van de interventie (waar moet in de opleiding aandacht aan worden besteed).

Bekijk de matrix over de inhoud >

Bekijk de matrix over de implementatie >

Vervolgstappen

Afhankelijk van de inzichten die de matrices geven, moeten er vervolgacties bepaald worden om interventies te verbinden met ouderschap. Deze vervolgstappen verschillen per uitkomst. Deze vervolgstappen kun je hier vinden

Hoe nu verder?

Met deze aanzet kunnen interventie ontwikkelaars, interventie beheerders, interventie coördinatoren en/of interventie uitvoerders de verbinding tussen de pijler ouderschap en de betreffende interventie toetsen. Daarnaast zijn algemene aanbevelingen gegeven om het investeren in ouderschap te bevorderen en te borgen.

Voor meer informatie over deze aanzet en de verbinding tussen interventies en de pijler ouderschap uit de JGZ Preventieagenda kun je contact opnemen met NCJ-adviseur Nynke Steenbergen via nsteenbergen@ncj.nl.