Financiering NODO-procedure onzeker

1 december 2014

Voor het onderzoek van een baby die onder het beeld van wiegendood is overleden, wordt sinds begin 2014 geen vast patroon meer gevolgd. De zogeheten NODO-procedure die bij wet regelt hoe het medisch onderzoek klinisch en pathologisch dient te worden aangepakt, ligt stil. Het ministerie van Justitie heeft de financiering stopgezet en VWS heeft tot nog toe geen overeenstemming kunnen bereiken met betrokken artsengroepen. (bron stichting wiegedood)

Het NODO (Nader Onderzoek Doodsoorzaak) voorzag in twee trajecten:

  • Een door onbekende oorzaak overleden baby wordt onderzocht door een kinderarts en, als dat geen verklaring oplevert, ook door een kinderpatholoog. De eerste beoordeling van de oorzaak – natuurlijk, onnatuurlijk of onverklaard – is toebedeeld aan een forensisch arts, de lijkschouwer.
  • Bij een vermoeden van een misdrijf dient de officier van justitie het onderzoek ter hand te nemen. In andere gevallen dient een

Justitie haakte af, toen bleek dat NODO geen gevallen van kindermishandeling aan het licht bracht. Dit ministerie stopte abrupt de financiering. VWS vindt de kosten van de procedure, die het onderzoek concentreerde in de academische ziekenhuizen AMC (Amsterdam) en UMC (Utrecht) te duur. Dit ministerie schortte de financiering op."

Sindsdien is een impasse ontstaan die inmiddels weer enigszins lijkt op de situatie van vóór NODO, maar met veel onduidelijkheid en onzekerheid. Betwijfeld wordt bij voorbeeld of de lijkschouwer wel voldoende oog heeft voor omstandigheden die op wiegendood kunnen duiden, als gevolg waarvan nader onderzoek niet nodig wordt gevonden of te snel wordt besloten justitie in te schakelen. Als er wel tot medisch onderzoek wordt besloten, wordt dat meestal niet meer uitgevoerd door gespecialiseerde teams. Tevens is de financiering hoogt onzeker.

Voor getroffen ouders ontstaat daardoor veel gevallen weer een onduidelijke en vaak pijnlijke situatie. Soms wordt te snel politie en justitie ingeschakeld, met aanhouding, verhoren en soms tijdelijke opsluiting tot gevolg. In andere gevallen is niet duidelijk welke aandacht aan de ouders en aan het overleden kind kan worden gegeven. Ziekenhuizen kunnen zich terughoudend opstellen, omdat vergoeding van onderzoekskosten onzeker is.

De Landelijke Werkgroep Wiegendood (LWW), die al sinds 1995 zich in Nederland voordoende gevallen van wiegendood documenteert en beoordeelt, stelt al meer dan een jaar alles in het werk om tot een voor ouders en betrokken artsen zo goed mogelijke procedure te komen. Vooralsnog is niet veel meer bereikt dan enig herstel van de situatie van jaren terug. Dat kan uiteindelijk uitwerken in verlies van nauwkeurigheid in de door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) samengestelde statistieken van doodsoorzaken.

Deel dit met je netwerk