Taskforce pleit voor Nationaal Programma om aantal mishandelde kinderen te halveren

14 november 2016

60.000 minder mishandelde kinderen binnen tien jaar. Dat is het doel van het ‘Nationaal Programma Kindermishandeling en Huiselijk geweld’ dat er volgens de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik in 2017 moet komen. De Taskforce schrijft dit in haar advies ‘ik kijk niet weg’ dat vandaag bij de start van de Week tegen Kindermishandeling is gepresenteerd. In de eindrapportage blikt de Taskforce terug op de afgelopen vier jaar en kijkt zij vooruit naar de komende jaren. 

Om werkelijk vooruitgang te boeken - aanzienlijk minder verwaarloosde, mishandelde en misbruikte kinderen dus – moet een trendbreuk worden geforceerd. En het Rijk is hiervoor aan zet, vindt de Taskforce. Van der Laan: “Na de decentralisaties in 2015 lijkt het er soms op dat alleen gemeenten nu aan zet zijn bij het aanpakken van kindermishandeling. Dat is natuurlijk niet zo. De opdracht om te komen tot een effectief stelsel voor die trendbreuk ligt allereerst op landelijk niveau. Het Rijk is verantwoordelijk voor de naleving van internationaalrechtelijke verplichtingen, zoals bijvoorbeeld het Internationaal verdrag voor de rechten van het kind. Ook kunnen sommige onmisbare elementen bij de aanpak van kindermishandeling, zoals adequate wet- en regelgeving en monitoring van de gewenste landelijke trendbreuk, alleen op nationaal niveau worden gerealiseerd.

Nationaal programma

De noodzaak om te komen tot een trendbreuk rechtvaardigt een Nationaal Programma waar één coördinerend minister verantwoordelijk voor is”. De Taskforce benadrukt in haar rapportage dat alle relevante betrokken partijen bij de ontwikkeling en uitvoering van dit programma moeten worden betrokken. Ook het bedrijfsleven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bedrijfsartsen en bedrijfsmaatschappelijk werkers. En zeker ook het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, want belangrijke risicofactoren voor kindermishandeling in een gezin, zoals armoede en werkloosheid, moeten ook worden meegenomen in de aanpak.

Preventie topprioriteit in jeugdbeleid

De Taskforce benoemt in haar rapportage ook tien speerpunten die in ieder geval een plek moeten krijgen in dit programma.  Zo vindt zij onder meer dat preventie topprioriteit moet zijn in het jeugdbeleid van gemeenten en dat alle aanstaande ouders verplicht voorlichting moeten krijgen over opvoedingsvraagstukken. Na de geboorte moeten bewezen effectieve programma’s worden ingezet, gericht op het verbeteren van de ouder-kindrelatie daar waar het dreigt mis te gaan.

Een andere aanbeveling van de Taskforce is de introductie van een ‘kindveiligheidsbrevet’ voor alle professionals in alle sectoren die met kinderen werken: een certificaat waaruit blijkt dat zij signalen herkennen die kunnen wijzen op kindermishandeling of seksueel misbruik, en dat zij weten hoe daarmee om te gaan. Dit is in Nederland geen norm, zoals in Engeland bijvoorbeeld wel het geval is.

Inzet van effectieve interventies

De Taskforce verbaast zich er ook over dat we op dit moment nog steeds instrumenten inzetten om kindermishandeling te voorkomen, signaleren, stoppen of behandelen, terwijl we niet weten of die wel effectief zijn. Van slechts een enkele interventie is dat wel bekend. De Taskforce wil daarom dat het Rijk over een periode van tien jaar jaarlijks drie miljoen euro ter beschikking stelt voor het uitvoeren van effectgericht onderzoek.

Lees de volledige rapportage op www.taskforcekinderenveilig.nl

 

Interessant artikel? Lees ook:

 

Deel dit met je netwerk