Spring naar content

Gehoor

Doel Neonatale gehoorscreening
Kinderen met een permanent uni- of bilateraal gehoorverlies van minimaal  40 dB aan één of beide oren zo vroeg mogelijk opsporen. Tijdig behandelen en begeleiden van opgespoorde gehoorproblemen verbetert de intellectuele en sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.

Doelgroep
Alle kinderen die in Nederland geboren worden of voor de leeftijd van 6 weken in Nederland komen wonen. Voor kinderen die langer dan 24 uur op een Neonatal Intensive Care Unit (NICU) hebben gelegen is een apart screeningsprogramma. Deze kinderen lopen een groter risico op gehoorproblemen dan gezonde baby’s.

Uit onderzoek van TNO naar de resultaten van de neonatale gehoorscreening blijkt dat de deelname hoog is, boven de 99%. Er zijn 81 kinderen met een unilateraal gehoorverlies en 111 kinderen met een bilateraal gehoorverlies geboren in 2008, vroegtijdig opgespoord dankzij de screening in de JGZ. Lees meer in het rapport.

Mate van voorkomen
Per jaar worden ongeveer 200 kinderen met een aangeboren dubbelzijdig gehoorverlies geboren. Hiervan is ongeveer één derde deel afkomstig uit de NICU-populatie

Wanneer
Uit onderzoek van van der Ploeg et al (2007) [1] naar het resultaat van de gehoorscreening op verschillende leeftijden blijkt dat deze het best uitgevoerd kan worden tussen dag 5 en dag 13 na de geboortedag. Buiten deze periode is het percentage kinderen dat niet in 1 keer slaagt voor de screening groter; dit betekent een extra huisbezoek en meer onnodige ongerustheid bij de ouders. De onderzoekers berekenen dat een vervroeging van de screening van dag 4 naar dag 3 op jaarbasis zou leiden tot een tweede screening voor bijna 3400 kinderen, uitgaande van 200.000 levend geborenen per jaar. Kinderen met perceptieve gehoorverliezen, waarbij de interventie is gestart voor de leeftijd van zes maanden, hebben een betere taalontwikkeling dan kinderen bij wie het gehoorverlies op latere leeftijd is ontdekt.   

Gehooronderzoek op latere leeftijd moeizaam
Er is behoefte aan een eenduidige beschrijving van de wijze waarop en op welk tijdstip in het kader van het BTP gehooronderzoek voor de groep jeugdigen van 4 – 19 jaar moet worden uitgevoerd. De in 1998 door TNO ontwikkelde Richtlijn Gehoor is onvoldoende geimplementeerd. Uit onderzoek door TNO in 2002 blijkt dat in de praktijk veelal niet volgens de richtlijn gewekt wordt, men ondervindt veel knelpunten bij het gehooronderzoek mbv de audiometer en daarbij behorende follow-up en verwijscriteria.

Bron:

[1] Neonatale gehoorscreening: rol van de leeftijd op de testuitkomst
Van der Ploeg, CPB. ETM Hille, NN Uilenburg, A Meuwese-Jongejeugd en PH Verkerk. JGZ, nr2 2007, 27-29